Zo blijft je pannenkoekenplant leven en stralen
Je zet een fris plantje met ronde blaadjes neer en na een tijdje hangen ze slap, verschijnen er vlekjes of groeien de stelen alle kanten op. Herkenbaar? De pannenkoekenplant is niet moeilijk, je moet alleen weten waar hij blij van wordt. Hier ontdek je wat voor plant het is, waarom hij zo geliefd werd, hoe je ’m tevreden houdt en hoe je zonder gedoe nieuwe plantjes maakt.
Wat voor plant is de pannenkoekenplant?
De officiële naam is Pilea peperomioides en hij hoort tot de familie van de brandnetels. In het wild vind je ’m in het zuiden van China, vooral in de berggebieden van Yunnan en Sichuan. Daar groeit hij op lichtvochtige, rotsige plekken met veel daglicht, maar niet in felle middagzon.
Zijn bijnaam dankt hij aan de platte, ronde blaadjes op slanke steeltjes—net kleine pannenkoekjes. Internationaal staat hij bekend als Chinese money plant of UFO plant, omdat de bladeren doen denken aan muntjes of zwevende schijfjes.

Waarom zóveel mensen fan zijn van deze plant
Er zit een mooi verhaal aan vast. In de jaren veertig nam een Noorse missionaris de plant mee naar Europa. Je kon ’m lange tijd nauwelijks in winkels vinden; vooral stekjes deden de ronde onder vrienden en familie. Daarom kreeg hij de bijnaam ‘friendship plant’. Die traditie bestaat nog steeds, want een fitte plant maakt vanzelf babyplantjes.
Daarnaast past hij in de gedachte achter feng shui: ronde vormen zouden geluk en voorspoed aantrekken. Omdat de bladeren op munten lijken, zien sommigen ’m als symbool voor welvaart. Of dat echt zo werkt laten we in het midden—het is in elk geval een leuk idee.
Dit gaat meestal fout
Te veel water is de grootste boosdoener. De wortels hebben graag zuurstof en houden niet van een voortdurend natte kluit—wortelrot ligt dan op de loer. Nummer twee is te weinig licht. In een donkere hoek rekt de plant naar het raam toe en krijg je lange, slappe stelen met kleinere bladeren. Dat kost veel energie en oogt rommelig.
De ideale plek in huis
Hij houdt van veel licht, maar liever geen felle zon op het blad. Een raam op het noorden of oosten werkt vaak prima. Staat hij aan de zuid- of westkant, zet ’m dan een stukje van het raam af om bruine vlekken door de middagzon te voorkomen. Merk je dat hij naar het licht toe groeit? Dat is normaal—draai ’m elke week een kwartslag, dan blijft de groei mooi rond.
Water geven zónder gedoe
Voel eerst even: is de bovenste laag potgrond droog, dán pas water geven. Til de pot ook eens op; voelt hij nog zwaar, dan zit er nog genoeg vocht in. In de zomer kom je vaak uit op ongeveer één keer per week, in de winter eerder om de twee weken. Twijfel je? Wacht liever een paar dagen dan dat je te veel geeft. En heel belangrijk: laat nooit water in de sierpot of schotel staan—daarmee roep je wortelrot snel over je af.
Welke pot en potgrond werken het best
Kies een pot met een drainagegat, zodat overtollig water kan weglopen. Een luchtige potgrond voor kamerplanten is prima; wat extra perliet of grof zand zorgt voor meer lucht in de kluit en sneller opdrogen. Neem niet meteen een enorm formaat pot—die houdt onnodig veel vocht vast. Verpot steeds één maat groter, bij voorkeur in het voorjaar, omdat de plant dan vlot herstelt.
Temperatuur, lucht en voeding
Temperaturen tussen 18 en 24 graden zijn ideaal. Vermijd tocht, koude nachten en directe hitte van de radiator. Voeden doe je van maart tot en met september ongeveer één keer per maand met een gewone vloeibare plantenvoeding in halve sterkte. In de winter kun je de voeding overslaan.
Zo lees je de signalen van je plant
Gele onderblaadjes? Vaak gewoon ouderdom, soms samenhangend met te natte grond. Droge, bruine plekjes duiden meestal op zonneschade. Lange, dunne stelen met weinig blad wijzen op lichtgebrek. Hangen de bladeren, dan heeft hij dorst of last van stress na verpotten of een plotselinge verhuizing.
In het kort: zo hou je ’m knap
Veel helder, indirect licht, luchtige potgrond met goede afwatering en pas gieten als de bovenlaag droog is. Met die drie basisregels groeit je pannenkoekenplant rustig door en blijft hij gevuld met frisse, ronde bladeren.
Stekken doe je zo—echt appeltje-eitje
De moederplant maakt vaak vanzelf kleine scheutjes naast zich. Laat ze even staan tot ze een paar blaadjes hebben en het steeltje een paar centimeter lang is. Haal de plant uit de pot, klop de aarde los en snijd het stekje met een schoon mesje weg, mét een stukje wortel. Zet het in een klein potje met verse, licht vochtige potgrond en geef een scheutje water. Op een lichte plek zie je meestal binnen enkele weken nieuw blad verschijnen.
Heb je een stek met nog weinig wortels, dan kun je ’m eerst in water laten wortelen. Zorg dat alleen het onderste stukje onder water staat. Zodra er stevige wortels zijn gevormd, zet je ’m over in aarde. Voor je het weet heb je extra plantjes om te houden of cadeau te doen—precies zoals vroeger.