15 nostalgische straat- en kinderspellen uit je jeugd: hoeveel kun jij nog opnoemen?

Lang voordat schermen onze aandacht opeisten, maakten we ons moe op straat, op het schoolplein of gewoon tussen de meubels thuis. Elk spel had z’n eigen regels, varianten en – eerlijk is eerlijk – genoeg discussies. Dit zijn 15 onverwoestbare favorieten die bijna iedereen wel kende.


1. Tikkertje

Eén speler was ‘m en joeg de rest achterna. Werd je getikt, dan nam jij het over. Klinkt eenvoudig, maar het fanatisme was real. Variaties als bevries-tikkertje of schaduw-tikkertje gaven er nog een extra twist aan.

2. Verstoppertje

Terwijl één iemand aftelde, doken de anderen weg op de beste schuilplek. Hoe langer je onvindbaar bleef, hoe groter de glorie. En soms was iemand zó goed verstopt dat je dacht: waar is die gebleven? 😅

3. Knikkeren

Op het schoolplein ontstonden complete toernooitjes. Met putjes, lijnen of cirkels. Sommige knikkers waren zó geliefd dat je ze eigenlijk niet eens durfde in te zetten.

4. Elastieken

Twee spelers hielden een elastiek om hun benen, de derde sprong patronen in een vaste volgorde. Elke ronde hoger: enkels, knieën, heupen… een misstap en je was af.

5. Hinkelen

Met stoepkrijt maakten we een baan op de tegels. Op één been springen, steentje oppakken en je evenwicht bewaren zonder de lijnen te raken. Lastiger dan het lijkt!

6. Touwtjespringen

Solo of met twee draaiers aan de uiteinden. Vaak met rijmpjes of liedjes erbij. Hoe langer je het volhield, hoe groter de show.

7. Annemaria Koekoek

Eén speler stond met de rug naar de groep en riep “Annemaria koekoek!”. Zodra die zich omdraaide, moest iedereen bevriezen. Beweeg je? Dan terug naar het begin.

8. Zakdoekje leggen

Iedereen zat in een kring terwijl één iemand langs de ruggen sloop met een zakdoek. Dat moment dat je voelde dat er iemand achter je stond… en dan vol gas rennen!

9. Stand in de mand

Met een bal probeerde je anderen af te gooien. Raak? Dan moest je even langs de kant. Hoe kleiner het speelveld werd, hoe feller de strijd.

10. Bokspringen

Eén iemand stond gebukt, de rest sprong eroverheen. Elke ronde moeilijker: zonder handen, met een draai, een klap in de handen… tot iemand de sprong miste.

11. Blikgooien

Een toren van blikken en een bal, meer had je niet nodig. Eerst alles omver, daarna razendsnel weer stapelen voordat je werd afgegooid.

12. Tollen

Met een touwtje wikkelde je de tol op en met een ferme zwiep ging ‘ie draaien. Wie ’m het langst liet spinnen of het mooist kon sturen, won de eer.

13. Stoepkrijt-spelletjes

Van hinkelbanen tot compleet zelfbedachte regels. De stoep was ons canvas, en na een regenbui kon je vrolijk opnieuw beginnen.

14. Kaarten ruilen

Verzamelkaarten waren pure valuta. Handelen, winnen, verliezen… en soms een traantje als je favoriet de verkeerde kant op ging.

15. De vloer is lava

Uit het niets mocht je de grond niet meer aanraken. Banken, stoelen en tafels werden veilige eilanden. Fantasie op z’n best. En eerlijk… dit zijn er nog lang niet allemaal 👀


👉 Check vooral de video voor nog meer nostalgische spelletjes die we vroeger speelden!

Welke ontbreekt er volgens jou? 😄