Waarom 27-jarige Jan de dienstplicht in twijfel trekt: dienen voor een land zonder toekomst?

Het bericht dat de dienstplicht in Nederland mogelijk terugkomt, komt bij Jan (27) hard aan. Terwijl sommigen praten over plichtsbesef, saamhorigheid en verantwoordelijkheid, voelt het voor hem vooral als een dreun.

“Eerlijk?” zegt hij. “Mijn liefde voor dit land is zo goed als weg. Niet omdat ik lui ben of niks wil bijdragen — maar omdat ik hier structureel vastloop.”

Een toekomst in de wacht

Jan is 27, goed opgeleid, maar verdient minimumloon. Hij heeft zo’n 60.000 euro studieschuld, kan geen woning vinden en woont noodgedwongen weer bij zijn ouders. “Ik heb alles gedaan wat me is verteld: studeren, knallen, flexibel zijn. En dit is waar ik beland ben.”

Elke maand verdwijnen zijn inkomsten in de vaste lasten; sparen is kansloos. “Een huis kopen? Niet te doen. Huren? Veel te duur. Een gezin? Doe effe normaal.”

Voor Jan voelt het alsof zijn leven al jaren op slot zit. “En dan komt de overheid met het idee: misschien moet jij straks verplicht het land dienen.”

“Waarvoor zou ik precies dienen?”

Het plan voor dienstplicht maakt Jan vooral cynisch. “Waarom zou ik mijn vrijheid, tijd of zelfs veiligheid inleveren voor een land dat mij nul basiszekerheid biedt?”

Hij benadrukt dat hij niet tegen verantwoordelijkheid is. “Maar verantwoordelijkheid werkt twee kanten op. Wat heeft Nederland de afgelopen tien jaar voor mij teruggedaan?”

Volgens Jan vraagt de overheid trouw, maar levert ze die zelf niet. “Je kunt niet zeggen: ‘Dit is jouw plicht’, terwijl je tegelijk hele generaties opzadelt met schulden, huizennood en onzeker werk.”

Geen trots, wel plichten

Waar oudere generaties vaak spreken over trots en vaderlandsliefde, voelt dat voor Jan leeg. “Trots waarop dan? Op een systeem waarin je keihard werkt en toch niet vooruitkomt?”

Hij ziet om zich heen vrienden afhaken, emigreren of vastlopen. “We leven niet, we overleven. En dan zouden we ook nog dankbaar moeten zijn?”

Het stoort hem dat kritiek snel wordt weggezet als ‘ondankbaar’ of ‘verwend’. “Maar wie is hier eigenlijk verwend? Degene die vroeger op z’n 25e een huis kon kopen, of wij die alles moeten lenen en alsnog niets krijgen?”

“Je kunt loyaliteit niet forceren”

Voor Jan maakt de discussie vooral duidelijk dat loyaliteit niet meer vanzelfsprekend is. “Je kunt mensen niet dwingen zich verbonden te voelen met een land dat ze structureel zonder perspectief laat.”

Hij verwacht dat een eventuele dienstplicht juist averechts werkt. “Je bouwt geen saamhorigheid door mensen die al gefrustreerd zijn nóg meer verplichtingen op te leggen.”

Een generatie zonder beloften

Wat Jan het meest raakt, is het gevoel dat zijn generatie geen belofte meer heeft. “Onze ouders kregen groei, kansen en zekerheid. Wij krijgen crises, schulden en ‘begrip’.”

Hij haalt diep adem. “En dan verwachten ze dat we klaarstaan als het land ons nodig heeft.”

“Eerst perspectief, dan plicht”

Jan is helder over wat hij wil. “Geef ons een eerlijke kans op wonen, werken en leven. Dán praten we verder over plichten.”

Tot die tijd blijft er één vraag knagen:
“Waarom zou ik vechten voor een land waarin ik zelf amper bestaansruimte heb?”