In Nederland zetten steeds meer mensen hun huis open voor statushouders die nog geen eigen plek hebben. Omdat het in de asielzoekerscentra maar druk blijft, wordt gezocht naar andere manieren om mensen met een verblijfsvergunning tijdelijk onder te brengen. Eén oplossing valt extra op en wint snel aan populariteit: statushouders laten logeren bij gezinnen.
Met een speciale logeerregeling kunnen statushouders zo’n drie maanden bij een gastgezin wonen. Soms duurt het wat langer, soms juist korter.
Sinds kort is daar ook een financiële tegemoetkoming aan gekoppeld. In een proef kunnen gastgezinnen een onkostenvergoeding krijgen van 150 tot 220 euro per maand.
Het aantal Nederlanders dat meedoet groeit. Maar waarom is zo’n regeling nodig? En wat betekent het als je iemand met een verblijfsvergunning tijdelijk in huis haalt?
Meer Nederlanders zetten hun huis open
De organisatie Takecarebnb koppelt Nederlandse gastgezinnen aan statushouders die voor even een slaapplaats nodig hebben.
Dat gebeurt via een speciale logeerregeling.
Statushouders zijn mensen die na een asielprocedure toestemming hebben gekregen om in Nederland te blijven. Ze mogen hier wonen, maar hebben vaak nog geen eigen woning.
Normaal gesproken verblijven ze in een asielzoekerscentrum tot er passende woonruimte vrijkomt.
Door het grote woningtekort duurt dat geregeld langer dan je zou willen.
Via Takecarebnb kunnen statushouders daarom tijdelijk bij Nederlanders thuis logeren.
Zo maken zij alvast kennis met het dagelijkse leven buiten het azc.
Voor de opvanglocaties scheelt dat bovendien tijdelijk in de capaciteit.
In een jaar tijd 444 koppelingen
De interesse in de logeerregeling neemt toe.
Volgens de aangeleverde cijfers heeft Takecarebnb dit jaar al 444 koppelingen gemaakt tussen gastgezinnen en statushouders.
Dat is 18 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.
Het gaat dus om honderden huishoudens die bereid zijn iemand met een verblijfsvergunning tijdelijk onderdak te geven.
Niet iedereen die zich aanmeldt, wordt automatisch gastgezin. De organisatie zoekt naar een match waarbij verwachtingen en thuissituatie goed op elkaar aansluiten.
Want iemand een paar maanden in huis nemen heeft natuurlijk impact op je dagelijkse leven.
Tot 220 euro per maand voor gastgezinnen
Een opvallende wijziging is de komst van een onkostenvergoeding.
Sinds mei loopt er een proef waarbij gastgezinnen 150 tot 220 euro per maand kunnen krijgen.
Voorheen was er geen vergoeding.
Het bedrag is bedoeld om extra kosten te dekken die je maakt tijdens het logeren.
Denk aan water, energie en andere dagelijkse uitgaven in huis.
Het is dus geen loon of huur voor een kamer.
Ook krijgt niet elk gastgezin automatisch hetzelfde bedrag.
De regeling moet het voor meer mensen haalbaar maken om tijdelijk iemand op te vangen, zonder dat alle bijkomende kosten volledig voor eigen rekening komen.
Waarom zitten statushouders zo lang in een azc?
De grootste oorzaak is het woningtekort in Nederland.
Statushouders met een verblijfsvergunning mogen het asielzoekerscentrum pas verlaten als er een geschikte woning beschikbaar is.
Gemeenten vinden die woningen niet altijd snel genoeg.
Daardoor wonen mensen bij wie de asielprocedure al klaar is soms nog maanden in een azc.
Dat veroorzaakt een domino-effect.
Als statushouders blijven, komen er minder plekken vrij voor nieuwe asielzoekers.
Daarmee loopt de druk op de opvanglocaties verder op.
De logeerregeling probeert die druk tijdelijk wat te verlichten.
Tekort loopt op tot duizenden plekken
De vooruitzichten voor de asielopvang blijven volgens de genoemde prognoses kwetsbaar.
Als er niets verandert, kan het tekort aan plekken oplopen tot zo’n 3.600 in januari en zelfs 7.600 in april.
Dat zijn forse aantallen.
Het betekent dat er mogelijk niet genoeg opvangcapaciteit is voor iedereen die een plek nodig heeft.
Door statushouders tijdelijk bij gastgezinnen te laten wonen, komen azc-plekken sneller vrij.
Toch lost dit het woningtekort niet op.
Na de logeerperiode heeft een statushouder nog steeds een vaste woonplek nodig.
De regeling biedt dus tijdelijke verlichting, maar vervangt geen permanente huisvesting.
Hoe gaat het als je iemand in huis haalt?
Via Takecarebnb kun je je aanmelden als gastgezin.
De organisatie zoekt daarna een passende match met een statushouder.
Belangrijk is dat beide kanten weten wat ze van elkaar mogen verwachten.
Een logeerperiode duurt meestal ongeveer drie maanden.
In die tijd woont de statushouder tijdelijk bij het gastgezin.
Voor jou betekent dat een extra huisgenoot met wie je bijvoorbeeld keuken, badkamer of andere ruimtes deelt.
Voor de statushouder is het vaak een eerste kennismaking met het dagelijks leven in een Nederlandse buurt.
Het helpt ook bij het oefenen van de taal en het opbouwen van een netwerk.
Niet elke logeerperiode gaat vlekkeloos
Hoewel veel logeerperiodes volgens de organisatie goed verlopen, zijn er ook situaties waarin het verblijf eerder stopt.
Vorig jaar gebeurde dat elf keer.
De redenen liepen uiteen.
Soms was er onvoldoende klik tussen gastgezin en statushouder.
In andere gevallen veranderde de thuissituatie, waardoor logeren niet langer paste.
Dat laat zien dat tijdelijke opvang in een privéwoning niet voor iedereen werkt.
Samenwonen vraagt om wederzijds begrip, duidelijke afspraken en voldoende ruimte voor iedereen.
Een goede kennismaking vooraf is daarom belangrijk.

Waarom melden Nederlanders zich?
Volgens Takecarebnb komen nieuwe gastgezinnen vaak bij de organisatie terecht omdat ze actief zoeken naar manieren om vluchtelingen te helpen.
Een vaak ingetoetste Google-zoekterm is bijvoorbeeld: hoe kan ik vluchtelingen helpen?
Voor sommigen is geld doneren niet genoeg en willen ze graag iets concreets doen.
Door tijdelijk een logeerkamer beschikbaar te stellen, help je direct iemand die nog geen eigen woning heeft.
Bovendien biedt het contact tussen gastgezinnen en statushouders de kans om elkaar beter te leren kennen.
Tegelijk blijft het een persoonlijke keuze.
Niet iedereen heeft de ruimte, tijd of thuissituatie om iemand meerdere maanden in huis te nemen.
Is dit dé oplossing voor de opvangcrisis?
De groeiende belangstelling voor de logeerregeling laat zien dat er mensen zijn die een deel van het opvangprobleem thuis willen opvangen.
De vraag is alleen hoeveel verschil dat landelijk maakt.
Met honderden matches per jaar biedt Takecarebnb voor individuele statushouders een waardevolle tijdelijke uitkomst.
Maar als het tekort in de duizenden loopt, zijn er ook andere maatregelen nodig.
Het grootste knelpunt blijft de doorstroming naar reguliere woningen.
Zolang dat niet verbetert, zal de druk op de asielopvang niet helemaal verdwijnen.
Debat over rol van de overheid
De regeling roept ook een bredere vraag op: in hoeverre moeten burgers zelf helpen bij het oplossen van opvangproblemen?
Voorstanders vinden het positief dat mensen vrijwillig hun huis openstellen en zo statushouders vooruithelpen.
Zij zien de regeling als een praktische manier om druk op azc’s te verlagen en nieuwkomers sneller mee te laten doen.
Tegenstanders vinden dat opvang en huisvesting vooral een taak van de overheid is.
Volgens hen mogen structurele problemen, zoals het woningtekort, niet afhangen van de bereidheid van huishoudens om iemand in huis te nemen.
Bovendien heeft niet elk gezin een extra slaapkamer.
De logeerregeling biedt dus kansen, maar zet ook de discussie op scherp over wie waarvoor verantwoordelijk is.
Meer animo, ondanks hobbels
Ondanks praktische hobbels merkt Takecarebnb dat de belangstelling groeit.
Het aantal matches steeg met 18 procent en dit jaar zijn al 444 statushouders aan een gastgezin gekoppeld.
De nieuwe onkostenvergoeding van 150 tot 220 euro per maand kan daarbij nét het verschil maken.
Voor statushouders betekent een tijdelijk verblijf dat ze het azc even kunnen verlaten.
Voor opvanglocaties ontstaat daardoor tijdelijk extra ruimte.
Maar uiteindelijk blijft de vraag hoe Nederland genoeg permanente woningen kan vrijspelen.
De logeerregeling kan voor honderden mensen het verschil maken, maar het grote woningtekort verdwijnt er niet mee.
Wat vind jij? Zou jij overwegen een statushouder drie maanden in huis te nemen voor een onkostenvergoeding van maximaal 220 euro per maand? Of hoort de overheid dit op een andere manier te regelen?