Als je vanaf 1 januari 2027 een andere auto wil kopen, kan dat een stuk duurder uitpakken. Volgens de aangeleverde info van AutoWeek gaat de bpm omhoog, waardoor vooral kopers van benzine- en dieselmodellen meer belasting kwijt kunnen zijn. Bij sommige uitvoeringen blijft het verschil beperkt, maar bij auto’s met een hogere CO₂-uitstoot kan de meerprijs oplopen tot duizenden euro’s.
Het gekke is: de auto zelf hoeft er niet eens voor te veranderen. Zelfs met dezelfde motor, identieke uitstoot en een ongewijzigde catalogusprijs kan je eindbedrag hoger uitvallen. Die extra kosten zitten dan puur in de aangepaste rekenmethode voor de belasting. Als je prijzen naast elkaar legt, speelt dus niet alleen de fabrikant een rol.
Twee wijzigingen grijpen tegelijk in
Volgens de aangeleverde info bestaat de wijziging uit twee delen. De overheid schuift de CO₂-drempels voor de bpm omlaag. Daarbovenop gaan de bpm-tarieven met 1,48 procent omhoog, naast de gebruikelijke jaarlijkse indexatie.
Klinkt technisch, maar voor jou is het simpel: dezelfde uitstoot kan straks zwaarder belast worden. Omdat de grenzen strenger worden, kan een deel van die uitstoot ineens in een hogere schijf vallen.
Die 1,48 procent betekent niet dat elke auto exact met dat percentage in prijs stijgt. Het is een verhoging van het belastingtarief, niet een vast opslagpercentage op de totale verkoopprijs. Hoeveel je uiteindelijk meer betaalt, hangt af van de uitstoot en hoe de nieuwe schijven op dat model uitpakken.

Deze BMW laat zien dat het snel aantikt
In de aangeleverde info wordt de BMW 318i Touring als voorbeeld genoemd. Met een fiscale waarde van 60.408 euro zou deze auto in 2027 door de wijziging naar schatting 1.000 tot 1.500 euro duurder uitkomen. Daarbij is uitgegaan van dezelfde catalogusprijs en CO₂-uitstoot.
Je betaalt in dit voorbeeld dus meer zonder dat je daarvoor een rijkere uitvoering, extra opties of een andere motor terugkrijgt. Het prijsverschil komt volledig door die aangepaste belasting.
Het blijft natuurlijk een indicatie voor dit ene model. Je kunt die bedragen niet één-op-één plakken op elke station of benzineauto in dezelfde prijscategorie. Twee auto’s met een vergelijkbare prijs kunnen door een andere uitstoot heel andere bpm-bedragen hebben. En bij wagens met hogere CO₂-uitstoot kan de stijging volgens de tekst nog fors verder oplopen.
Dieselrijders krijgen ook met een toeslag te maken
Voor diesels komt bovenop de gewone bpm ook nog een dieseltoeslag kijken. Volgens de aangeleverde info worden binnen die regeling zowel het tarief als de uitstootgrens aangepast. De optelsom van die wijzigingen bepaalt wat je uiteindelijk extra kwijt bent.
Alleen naar de algemene bpm-stijging kijken is bij diesel dus niet genoeg om het totale verschil te bepalen. Die aparte toeslag weegt namelijk ook mee in het eindsommetje. Zonder een doorrekening voor een specifiek model is daar geen betrouwbaar algemeen prijskaartje op te plakken.
Ook elektrisch is niet helemaal vrijgesteld
Volgens de tekst gaan ook elektrische auto’s meer bpm betalen, al is de wijziging daar bescheidener. Hierbij wordt een vast bedrag van 687 euro genoemd. Dat bedrag wordt rond de jaarwisseling geïndexeerd en zou in 2027 weer iets omhoog gaan.
Hoe hoog het nieuwe bedrag precies uitvalt, staat niet in de aangeleverde info. Een exacte prijsstijging voor elektrische modellen kun je daar dus nog niet uit afleiden.
Denk je aan een andere auto, dan wordt het uiteindelijke aankoopbedrag daardoor extra belangrijk. Een algemene tariefstijging laat immers maar een deel van het plaatje zien. De vraag is dus: stap je binnenkort over op een andere wagen, of wordt nog even doorrijden met je huidige auto juist aantrekkelijker?