Claire (45) kreeg spijt na vaders overlijden: waarom ging ik niet vaker langs?

Die ene gedachte blijft maar opduiken. Niet luid. Niet schreeuwend. Juist in de stille momenten. Claire is 45 en verloor vorig jaar haar vader. “Waar ik het meest mee zit is niet het moment dat hij stierf,” zegt ze. “Het zijn juist alle dingen die ik had kunnen doen toen het nog kon.”

Altijd bezig, het komt later wel

De band met haar vader was niet slecht, verre van. “We konden goed kletsen. Hij was lief, geïnteresseerd. Alleen het leven zat ertussen.” Werk. Kinderen. Van afspraak naar afspraak. “Ik dacht steeds: volgende maand rij ik wel even langs.”

Maar die volgende maand schoof telkens op. “Hij woonde op veertig minuten rijden. Dat voelde al gauw als ver. Te ver na een lange werkdag.”

Bellen deed ze. Appjes ook. “Maar dat is niet hetzelfde als gewoon samen op de bank hangen.”

Het besef komt pas achteraf

Na zijn dood druppelden de gedachten binnen. Niet in één keer, maar beetje bij beetje. “Dan denk je ineens aan al die zondagen waarop ik had kunnen gaan. Al die keren dat hij vroeg kom je nog even langs en ik zei: deze week is druk.”

Schuld is een geniepig gevoel. “Met je hoofd weet je dat je het niet bewust liet liggen. Maar van binnen hoor je alleen: had ik maar.”

Geen knallende ruzie, geen excuus

Wat het extra lastig maakt: er was niets stuk. Geen ruzie. Geen nare jeugd. “Als er iets mis was geweest, had ik een verklaring gehad. Maar die had ik niet.”

Ze leefde gewoon door. “En dat voelt nu bijna als tekortschieten.”

Claire vertelt dat haar vader vaak zei dat hij snapte hoe druk ze het had. “Juist dat steekt. Hij vroeg nooit veel. Hij nam genoegen met weinig.”

Je denkt altijd dat het jou niet zal gebeuren

Volgens Claire wordt hier te weinig over gepraat. “Iedereen schuift het op: later. De volgende keer. Als het wat rustiger is.”

Zij dacht net zo. “Tot het opeens niet meer kan.”

Nu merkt ze het bij anderen. “Mensen die roepen: ik ga snel weer eens langs bij mijn ouders. Dan denk ik: ga. Vandaag.”

Geen spijt, toch veel verdriet

Claire wil zichzelf niet opvreten van schuld. “Ik hield van mijn vader. Dat weet ik. Dat wist hij ook.”

Maar het missen voelt anders dan ze dacht. “Ik mis niet alleen hem. Ik mis ook alles wat nooit is gebeurd.”

Ze rondt zacht af. “Als ik iets heb geleerd, dan dit: wacht niet op later. Later is geen zekerheid. Het is een gok.”