Coalitie jaagt belastingen omhoog: 5 miljard extra – dit merk jij in je portemonnee

Coalitie verhoogt tarieven: 5 miljard erbij

De coalitie van D66, VVD en CDA kiest alsnog voor hogere tarieven in de inkomstenbelasting. Eerder werd al aangekondigd dat de belastingschijven minder worden meegetrokken met de inflatie, waardoor je automatisch iets meer belasting afdraagt. Uit nieuwe doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt nu dat daarbovenop ook de daadwerkelijke percentages omhooggaan. Met die combinatie wil de coalitie zo’n 5 miljard euro extra binnenhalen. Het gaat dus niet alleen om het verschuiven van de grenzen van de schijven, maar ook om een echte verhoging van de tarieven. Zo wordt een deel van de begroting gedicht, zonder uitsluitend te snijden in de uitgaven.

Minder zorgpremie, lagere opbrengsten

Waarom is dat nodig? Door andere zorgplannen dalen de opbrengsten uit zorgpremies. Huishoudens betalen samen ongeveer 5,7 miljard euro minder premie en bedrijven houden zo’n 1,6 miljard euro over. Dat is prettig voor je vaste lasten, maar het betekent ook dat de overheid inkomsten misloopt. Dat gat moet worden opgevuld. Daarom draait de coalitie aan de inkomstenbelasting. De rekening verschuift zo deels van een directe afschrijving van je rekening (de zorgpremie) naar je loonstrook, waar de loonheffing wordt ingehouden.

Tekort opvangen via inkomstenbelasting en toeslagen

Om het begrotingstekort beheersbaar te houden, vangt de coalitie het grootste deel van de tegenvaller op met hogere tarieven in de inkomstenbelasting. Daarnaast staat er een bezuiniging op de zorgtoeslag van ongeveer 700 miljoen euro gepland. Met die mix moet het totaalplaatje financieel kloppen. Voor jou komt het neer op een lagere zorgpremie, maar ook op een hogere belastingafdracht. Hoe dat uitpakt, hangt af van je inkomen, je huishouden en eventuele aanspraak op toeslagen.

Wat verandert er aan de schijven?

Volgens het CPB verschillen de jaarlijkse tariefaanpassingen per jaar. In 2030 gaan de percentages in de eerste twee belastingschijven met 0,93 procentpunt omhoog. Ter vergelijking: nu liggen die tarieven op 35,75 procent en 37,56 procent. Het toptarief blijft gelijk. Omdat vrijwel iedereen met loon of een uitkering in de eerste schijven valt, merk je zo’n stijging snel in je nettoloon. De lagere indexatie van de schijfgrenzen bovenop die verhoging versterkt het effect, zonder dat het direct opvalt.

Wat merk je zelf?

De lagere zorgpremie zie je meteen, want die wordt rechtstreeks van je rekening afgeschreven. De hogere inkomstenbelasting valt minder op, omdat die via je werkgever verrekend wordt en je vooral naar je nettoloon kijkt. In de praktijk kan de lagere premie de extra belasting deels of helemaal compenseren, maar dat verschilt per situatie. Verdien je meer of zit je vooral in de eerste twee schijven, dan is de kans groter dat je het tariefverschil voelt. Sommige gezinnen profiteren juist relatief meer van de lagere premie, waardoor het netto-effect klein kan blijven.

Het verschilt per jaar

Hoe groot de tariefstijging precies is, loopt per jaar uiteen, aldus het CPB. Het is dus geen eenmalige sprong, maar aanpassingen die verspreid zijn over meerdere jaren. Dat geeft de coalitie ruimte om mee te bewegen met de economie en de rest van het begrotingsbeleid. De kern blijft: lagere premies leveren minder inkomsten op, en dat wordt grotendeels gecompenseerd via de inkomstenbelasting en een besparing op de zorgtoeslag. Zo probeert de coalitie de begroting rond te krijgen, terwijl jij het merkt aan een lagere premie en een iets andere loonstrook.