Ontdek nu of jij in de inkomensgroep valt die het meest betaalt voor de nieuwe vrijheidsbijdrage

De door het kabinet bedachte vrijheidsbijdrage komt in de praktijk vooral terecht bij mensen met een laag tot gemiddeld inkomen. Het is geen zichtbare belastingverhoging op je loonstrook, maar een stille ingreep waardoor veel huishoudens ongemerkt meer gaan afdragen.

In totaal moet dit miljarden opleveren. Bedrijven leggen ook wat bij, maar het grootste deel komt uiteindelijk bij burgers vandaan. Omgerekend heb je het over honderden euro’s per huishouden per jaar. Je ziet dat niet als aparte post terug; het verdwijnt via een omweg uit je portemonnee.

Hoe zit dat precies?

De belastingtarieven zelf blijven zoals ze zijn. Wat er wél verandert: de overheid past de regels minder aan de inflatie aan dan normaal. Belastingschijven en heffingskortingen lopen daardoor achter bij de stijgende prijzen en lonen.

Gevolg: je loon groeit vaak mee met de inflatie, maar de grenzen in de inkomstenbelasting niet. Daardoor schuif je sneller een hogere schijf in en betaal je over een groter deel van je inkomen een hoger tarief.

Wie voelt dit het hardst?

Vooral lage en middeninkomens krijgen de klap. Hoor je bij die groep, dan zit je vaak rond de overgangen tussen schijven en profiteer je relatief veel van kortingen. Precies die kortingen leveren nu minder op, omdat ze te weinig worden geïndexeerd.

Hogere inkomens merken dit minder sterk. Zij zitten al ruimer in een hogere schijf en zijn minder afhankelijk van kortingen. In verhouding dragen lage en middeninkomens dus zwaarder bij.

Ook spaarders gaan sneller meebetalen

Niet alleen werkenden merken dit. Heb je spaargeld of beleggingen, dan loop je eerder tegen vermogensbelasting aan. De grens waarboven je vermogen wordt belast stijgt namelijk ook minder snel mee met de inflatie. Daardoor betaal je eerder belasting, zelfs als de koopkracht van je vermogen nauwelijks toeneemt.

Bedrijven dragen bij via een omweg

Voor bedrijven gebeurt iets vergelijkbaars. Geen directe verhoging van de winstbelasting, maar een stijgende verplichte premie die werkgevers moeten afdragen. Die premie was ooit bedoeld voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, maar wordt inmiddels ook gebruikt om gaten in de begroting te dichten.

Bijzonder is dat alle bedrijven aan die premie meebetalen, ook als ze geen winst maken. Voor de overheid is dat een makkelijke manier om extra geld binnen te halen, zonder het officieel een belastingverhoging te noemen.

De vrijheidsbijdrage werkt zo als een verkapte belastingverhoging. Doordat de regels onvoldoende met de inflatie meebewegen, betalen vooral lage en middeninkomens meer. Zij leveren relatief het meest in, terwijl hogere inkomens en grotere vermogens de pijn minder voelen.