Je bouwt een florerend bedrijf, verdient miljoenen en botst dan op een keiharde limiet: tot hier en niet verder. Dat is het idee achter een maximumvermogen van 25 miljoen euro. Sander Schimmelpenninck en wetenschapsjournalist Diederik Jekel pleitten daar in 2023 voor. Maar hoe fair is zo’n bovengrens eigenlijk?
Hun denklijn start bij iets bekends. Nederland probeert te voorkomen dat mensen onder het bestaansminimum zakken. Waarom zou er dan aan de bovenkant geen limiet mogen zijn? Volgens Jekel biedt 25 miljoen euro ruimschoots genoeg financiële vrijheid. Hij gelooft bovendien niet dat mensen hun ambitie kwijtraken als dat het maximale bezit is.
Schimmelpenninck legde in zijn betoog de nadruk op het onderscheid tussen ondernemen en beleggen. Politieke leiders zouden volgens hem duidelijker moeten uitleggen dat waarde scheppen iets anders is dan bestaand vermogen steeds verder laten aanzwellen. Het gaat om een eerder geopperd idee, niet om een nieuwe aangekondigde belastingmaatregel. welingelichtekringen.nl
Wanneer is rijkdom te veel van het goede?
Deze discussie sluit aan bij het zogeheten limitarisme: het idee dat er een bovengrens hoort te zijn aan extreme rijkdom. Filosofe Ingrid Robeyns verdedigt die visie mede omdat grote vermogens kunnen doorsijpelen naar politieke invloed.
Haar punt is dat financieel succes nooit volledig op jezelf staat. Ondernemers profiteren bijvoorbeeld van medewerkers, onderwijs en publieke voorzieningen. Vanuit dat perspectief mag de samenleving dus ook grenzen stellen aan hoeveel privévermogen iemand kan opstapelen. Universiteit Utrecht
Daardoor gaat het gesprek om meer dan de vraag hoeveel huizen, auto’s of vakanties je nodig hebt. Het draait ook om macht, kansen en hoe middelen worden verdeeld.

Een bedrijf is geen spaarpot
Toch levert een harde limiet praktische vragen op. Vermogen is namelijk niet alleen geld dat je direct kunt uitgeven; het kan ook vastzitten in aandelen van je eigen bedrijf.
Stel dat iemand een fabriek start en de onderneming uiteindelijk 40 miljoen euro waard wordt. Moet die ondernemer dan aandelen inleveren? Wie bepaalt de waardering? En wat als het bedrijf een jaar later veel minder waard blijkt?
Ook de effecten op investeringen verdienen aandacht. Een veelgehoord tegenargument is dat een vermogensplafond de beloning voor het nemen van grote risico’s tempert. Daar zet Jekel tegenover dat een mogelijk vermogen van 25 miljoen nog steeds een zeer krachtige prikkel is.
Wie bepaalt wanneer het genoeg is?
Zo’n maximum klinkt overzichtelijk, maar vraagt om veel meer keuzes dan alleen een bedrag. Geldt de grens per persoon of per huishouden? Tel je woningen, pensioenrechten en ondernemingsvermogen allemaal mee?
Daarnaast blijft de principiële vraag staan: mag de overheid bepalen wanneer iemand genoeg heeft, of moet zij er vooral voor zorgen dat inkomen en vermogen eerlijk worden belast?
Wat denk jij: is 25 miljoen euro een royale limiet, of moet iedereen onbeperkt vermogen mogen stapelen?