Spaargeld in 2026: hoeveel heeft de gemiddelde nederlander en hoe scoor jij?

Spaargeld piekt in 2026

Onrustige tijden vragen om reservegeld, en dat lijkt Nederland goed aan te voelen. Met z’n allen hebben we nu 517 miljard euro op spaarrekeningen staan. Zo hoog is het nog niet eerder geweest. Een vers record dus, precies terwijl veel mensen bewust extra zekerheid zoeken.

DNB houdt de stand bij

De cijfers komen van De Nederlandsche Bank (DNB), die precies ziet wat er op de rekeningen gebeurt. Van die 517 miljard euro staat 429 miljard op direct opvraagbare spaarrekeningen. Nog eens 88 miljard zit vast in deposito’s met een afgesproken looptijd. Daarnaast hebben we 112 miljard euro op betaalrekeningen. Alles bij elkaar is het aanhoudende cash bij huishoudens bijna 8 procent hoger dan een jaar terug.

Waar staat dat geld precies?

Het verschil tussen vrij opneembaar en vastgezet geld is belangrijk. Op je reguliere spaarrekening kun je in principe altijd bij je saldo, handig voor je noodbuffer of onverwachte uitgaven. Zet je geld vast in een deposito, dan is de rente vaak wat hoger, maar kun je tussentijds meestal niet zonder kosten opnemen. Dat verklaart waarom het grootste deel van het spaargeld flexibel blijft staan.

Wat zegt dit voor de ‘gemiddelde Nederlander’?

DNB laat in deze gegevens niet zien hoe het bedrag over personen en huishoudens is verdeeld. Als je toch een grove indruk wilt, kun je het totale spaargeld delen door het aantal inwoners, of juist door het aantal werkenden, of door het aantal huishoudens. Zo krijg je drie benaderingen van een denkbeeldige ‘gemiddelde’ spaarpot: per persoon, per werkende en per huishouden.

Echte gelijkheid is er niet

Belangrijk om te onthouden: zulke sommetjes geven alleen een richting. In werkelijkheid is spaargeld heel scheef verdeeld. Een grote groep heeft weinig of niets achter de hand, terwijl een kleine minderheid tonnen of zelfs miljoenen op de bank heeft of in deposito’s heeft vastgezet. Als je alles eerlijk zou spreiden, kreeg iedereen een stukje van de 429 miljard op vrij opvraagbare rekeningen, een deel van de 88 miljard in deposito’s en een deel van de 112 miljard op betaalrekeningen. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Waarom sparen we meer?

Dat het totaal stijgt, heeft meerdere oorzaken. Denk aan economische onzekerheid, hogere dagelijkse kosten en schommelende energieprijzen. Veel mensen leggen daarom liever wat extra geld apart. Bovendien is sparen laagdrempelig: je hoeft er weinig voor te regelen en je houdt toegang tot je geld als het tegenzit.

De keerzijde: spaarrente vs. inflatie

Er zit ook een minpunt aan die dikke spaarbuffers. Spaarrentes liggen grofweg tussen 1,2 en 1,5 procent, terwijl de inflatie hoger uitkomt. Daardoor holt je koopkracht langzaam achteruit: je saldo groeit misschien, maar je kunt er minder voor kopen. Zeker bij grotere bedragen die lang blijven staan, tikt dat op termijn aan.

Slim met je buffer omgaan

Wat kun je doen? Begin met een noodpotje waar je vlot bij kunt, bijvoorbeeld voor drie tot zes maanden vaste lasten. Geld daarboven kun je anders laten werken, afhankelijk van je doelen en hoeveel risico je oké vindt. Denk aan gespreid beleggen of een deel vastzetten als de rente aantrekkelijk is. Blijf wel spreiden: een solide buffer geeft rust, juist als het onzeker is.

Kleine bedragen, groot effect op de lange termijn

Geen grote sommen beschikbaar? Dan helpt regelmaat. Het verschil tussen elke maand 100 euro sparen en 100 euro beleggen kan na jaren flink oplopen, door rente-op-rente of, bij beleggen, rendement op rendement. Dat werkt niet van vandaag op morgen, maar juist over een lange periode. Vastigheid en volhouden zijn belangrijker dan het perfecte instapmoment.

Samengevat: er staat veel geld, maar denk vooruit

We sparen in Nederland als nooit tevoren. Dat geeft een gevoel van veiligheid, en dat snappen we. Tegelijk is het slim om na te blijven denken over je doelen met dat geld. Een stevige buffer, plus een plan voor alles daarboven: zo haal je meer uit die recordstapel spaargeld zonder dat het je nachtrust kost.