Trotse homo Fred (42) haakt af bij de regenboogvlag: dit is waarom

In Amsterdam zie je de regenboogvlag bijna overal. Tijdens Pride wapperen ze aan huizen, winkels en op gemeentekantoren. Voor veel mensen staan die felle kleuren voor vrijheid, gelijkwaardigheid en erbij horen.

Toch voelt niet iedereen uit de homogemeenschap zich erdoor aangesproken.

De verzonnen Fred (42) uit Amsterdam is homo, heeft dat nooit onder stoelen of banken gestoken en is tevreden met wie hij is. Toch wil hij niet gekoppeld worden aan de regenboogvlag of de almaar groeiende symboliek rond Pride.

Zijn punt is helder: ‘Ik ben homo. Daar schaam ik me totaal niet voor. Maar waarom heb ik daar een vlag voor nodig?’

Die vraag raakt aan een gevoelig debat. Helpt de regenboogvlag echt bij acceptatie, of zijn er ook homo’s in Nederland die zich er juist steeds minder in terugzien?

‘Ik ben homo, maar dat bepaalt niet wie ik volledig ben’

Fred woont in Amsterdam en valt op mannen. Daar is hij open over tegen zijn familie, vrienden en collega’s.

Voor hem is homo zijn maar één stukje van wie hij is.

Hij wil niet steeds op zijn geaardheid worden aangesproken en vindt het overbodig om er overal symbolen aan te hangen.

‘Ik ben gewoon Fred. Ik werk, betaal belasting, heb vrienden en leef mijn eigen leven. Dat ik op mannen val, maakt dat niet anders.’

In zijn (fictieve) verhaal ergert hij zich eraan dat homoseksualiteit in discussies vaak wordt neergezet als iets dat steeds in de etalage moet.

Hij wil juist dat homo zijn als normaal wordt gezien.

‘Als het de normaalste zaak moet zijn, waarom moeten we er dan telkens zo de spotlight op zetten?’

‘De regenboogvlag gaat al lang niet meer alleen over homo’s’

Een groot bezwaar van Fred is dat de regenboogvlag door de jaren heen vol is komen te zitten met extra betekenissen.

De originele vlag werd in 1978 ontworpen door Gilbert Baker als teken voor de homogemeenschap en groeide daarna uit tot een breder symbool voor lhbti-acceptatie.

Ondertussen zijn er allerlei varianten, zoals de Progress Pride-vlag, met extra kleuren voor onder andere trans personen en mensen van kleur.

Voor veel mensen is dat juist winst: zo worden meer groepen zichtbaar.

Fred ziet dat anders.

Volgens hem is de vlag steeds verder weggeraakt van het teken waar hij zich vroeger nog een beetje in herkende.

‘Er worden steeds meer groepen, kleuren en ladingen aan gehangen. Dat is ieders goed recht, maar ik zie mezelf er niet meer in terug.’

Hij benadrukt dat dit niet betekent dat anderen geen rechten of acceptatie verdienen.

Hij vindt alleen dat hij zich niet persoonlijk hoeft te verbinden aan een symbool dat voor steeds meer identiteiten tegelijk staat.

‘Ik wil niet steeds als slachtoffer worden neergezet’

Wat hem vooral stoort, is hoe homo’s volgens hem soms worden neergezet in het publieke debat.

Hij ziet dat de focus vaak ligt op discriminatie, kwetsbaarheid en achterstand.

Hij erkent natuurlijk dat discriminatie bestaat en dat sommige homo’s daar nog steeds mee te maken hebben.

Maar hij wil niet dat zijn geaardheid automatisch betekent dat mensen hem als kwetsbaar of hulpbehoevend zien.

‘Ik ben trots op wie ik ben. Ik zit niet te wachten op medelijden en wil niet constant als slachtoffer worden behandeld.’

Voor hem is echte gelijkwaardigheid dat mensen hem net zo behandelen als ieder ander.

Geen extra aandacht vanwege zijn geaardheid, maar ook geen mindere behandeling.

Helpt de regenboogvlag echt bij acceptatie van homo’s?

Daarmee komt Fred bij zijn grootste bezwaar.

Hij twijfelt of het ophangen van vlaggen echt iets verandert aan acceptatie.

Iemand met negatieve ideeën over homo’s draait volgens hem niet ineens bij omdat een gemeente, school of bedrijf een vlag uithangt.

‘Je kunt een straat vol vlaggen hangen, maar daarmee overtuig je niet automatisch iemand die moeite heeft met homo’s.’

Hij ziet liever dat organisaties inzetten op concrete maatregelen tegen discriminatie, veiligheid op straat en gelijke behandeling.

Wel is het goed om te zeggen dat niet is bewezen dat regenboogvlaggen géén positief effect hebben. Voorstanders zien ze juist als zichtbaar steuntje in de rug, waardoor mensen zich welkom en veilig voelen.

Het verschil van inzicht gaat dus vooral over hoeveel waarde je aan symboliek hecht.

‘Moet er echt op elk overheidsgebouw een vlag wapperen?’

Vooral de regenboogvlag op overheidsgebouwen vindt Fred het bespreken waard.

Volgens hem is de overheid er allereerst voor alle Nederlanders.

Hij vraagt zich af waarom de overheid losse groepen zichtbaar moet maken met aparte vlaggen.

‘Ik heb geen regenboogvlag op het stadhuis nodig om te weten dat ik dezelfde rechten heb als ieder ander.’

Voorstanders denken daar anders over.

Zij vinden dat overheidsgebouwen juist de plek zijn om te laten zien dat discriminatie niet wordt geaccepteerd en dat iedereen zichzelf mag zijn.

De vlag is daarbij geen vervanger van beleid, maar een publiek teken van solidariteit.

Toch vindt Fred dat zulke symbolen niet automatisch namens alle homo’s in Nederland spreken.

Ook binnen de homogemeenschap lopen de meningen uiteen

Freds kijk laat zien dat homo’s in Nederland niet allemaal hetzelfde denken over Pride en de regenboogvlag.

Sommigen voelen zich sterk verbonden met de geschiedenis van de homobeweging en zien de vlag als een belangrijk symbool van behaalde rechten.

Anderen vinden de huidige Pride-feesten juist een goede manier om zichtbaarheid en saamhorigheid te versterken.

Maar er zijn ook mensen die zich minder herkennen in die symboliek of liever geen nadruk leggen op hun geaardheid.

Die verschillende meningen kunnen prima naast elkaar bestaan.

Je kunt voor gelijke rechten zijn en tegelijk kritisch zijn op hoe organisaties of evenementen die rechten onder de aandacht brengen.

Is Nederland al tolerant genoeg?

Een andere vraag: is zichtbare steun voor homo’s in Nederland nog nodig?

Nederland opende in 2001 als eerste land ter wereld het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht.

Sindsdien liggen de rechten van homo’s juridisch op veel fronten stevig vast.

Maar wettelijke gelijkheid betekent niet dat discriminatie helemaal weg is.

Homo’s maken nog steeds soms bedreigingen, intimidatie of ongelijke behandeling mee.

Voorstanders van Pride benadrukken daarom zichtbaarheid en blijvende aandacht.

Fred vindt juist dat het gesprek meer moet gaan over echte problemen en minder over de symbolen eromheen.

‘Neem me gewoon zoals ik ben’

Uiteindelijk komt Freds standpunt neer op iets simpels: hij wil als individu behandeld worden.

Niet als spreekbuis van een beweging, niet als slachtoffer, en ook niet als iemand die per se enthousiast moet zijn over de regenboogvlag.

Hij respecteert dat anderen de vlag belangrijk vinden, maar wil zelf bepalen waarmee hij zich wel of niet identificeert.

‘Als iemand met een regenboogvlag wil lopen: prima. Maar verwacht niet dat elke homo zich daardoor vertegenwoordigd voelt.’

Zo legt hij een vraag neer waar Nederlanders het onderling niet altijd over eens zullen zijn.

Hebben we in Nederland regenboogvlaggen nodig om steun te laten zien, of begint echte gelijkwaardigheid juist als iemands geaardheid geen extra aandacht meer nodig heeft?

Voor Fred is het antwoord helder. Voor veel anderen blijft de regenboogvlag echter een belangrijk symbool van vrijheid en verbondenheid.

Wat vind jij? Moeten regenboogvlaggen zichtbaar blijven op publieke gebouwen, of kan Nederland inmiddels zonder dit soort symbolen?