Maandag schoten olie- en gasprijzen flink omhoog. Voor olie was het de grootste dagwinst in vier jaar. Aanleiding zijn aanvallen van de VS en Israël op Iran en de toenemende spanning rond de Straat van Hormuz.
Brent, de wereldwijde referentie voor onder meer Midden-Oosterse en Noordzeebrandstof, werd meer dan 13 procent duurder en klom boven 82 dollar per vat. Vrijdag stond die nog op 72,87 dollar. Of die sprong blijft hangen is onduidelijk. De Europese gasprijs veerde eveneens op, met zo’n 25 procent in één dag.
De kern van het conflict ligt bij de Straat van Hormuz, een cruciale doorgang voor energietransport wereldwijd. Iran houdt vol dat de scheepvaart doorgang vindt, maar er komen berichten binnen over aanvallen op olietankers en marineschepen. President Donald Trump meldde dat de VS negen Iraanse marineschepen heeft uitgeschakeld.
Zo’n twintig procent van al het internationaal verhandelde vloeibaar aardgas (lng) passeert de Straat van Hormuz, grotendeels afkomstig uit Qatar. Europa neemt daar veel van af en voelt prijsbewegingen daardoor meteen. Voor de VS is de situatie anders: dat land is juist een grote exporteur van lng.

Door de ligging aan de Straat van Hormuz kan Iran veel druk uitoefenen op de wereldwijde energiestromen. Het land pompt doorgaans ongeveer 3,3 miljoen vaten olie per dag op, goed voor zo’n 3 procent van de wereldproductie.
Stijgende rekening voor je huishouden en aan de pomp
Die hogere energieprijzen ga je als consument ook voelen. Blijft de olie duur, dan kunnen benzine en diesel in Nederland de komende dagen en weken zo’n 5 tot 10 cent per liter omhoog gaan. Voor een volle tank van 50 liter tel je dan ongeveer 2,50 tot 5 euro extra neer.
Ook voor gas kan je rekening oplopen. Als de groothandelsprijs 25 procent stijgt, kunnen variabele tarieven uiteindelijk zo’n 10 tot 30 cent per kubieke meter hoger uitpakken. Voor een gemiddeld huishouden tikt dat in een maand met normaal verbruik op tot enkele tientjes extra. Heb je een vast contract, dan merk je de stijging voorlopig minder snel.
De pompprijzen lagen al aan de hoge kant door eerdere spanningen in het Midden-Oosten en de dreiging van een Amerikaanse aanval op Iran.
Meer olieproductie helpt waarschijnlijk niet genoeg
De OPEC-landen besloten zondag om de productie volgende maand op te schroeven. Toch is de kans klein dat dit de prijsstijging meteen tempert. Iran is zelf OPEC-lid en de vierde producent binnen het kartel.
Een soortgelijke sprong zagen we na de Russische inval in Oekraïne in 2022, toen Brentolie tijdelijk boven 110 dollar per vat uitkwam. Het huidige niveau werd kortstondig nog aangetikt in juni 2025. In de eerste helft van 2024 stond de olieprijs zelfs enkele maanden hoger dan nu.